---
title: "Witte roest - kool"
canonical: "https://www.beeldenbankgewasbescherming.nl/space/BEEL/9051527/Witte%20roest%20-%20kool"
format: markdown
---
> Macro (excerpt)
> 
> Witte groepjes sporendragers die door de opperhuid zijn gebarsten, verschijnen vanaf augustus op de bladeren en op andere bovengrondse plantendelen. Deze groepjes sporenhoopjes kunnen aan beide zijden van het blad zitten en later in het seizoen bruin verkleuren.
> 
> ![image](media://a81cbfec-cd87-4e69-969e-39eb2568117c)

**Gewas: ****[Kool](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/BEEL/pages/9044990)**

Wetenschappelijke naam: *Albugo candida*

Groep: Oömyceten

Klik op de afbeelding voor een vergroting.  


| ## Herkenning |
| --- |
| Witte groepjes sporendragers die door de opperhuid zijn gebarsten, verschijnen vanaf augustus op de bladeren en op andere bovengrondse plantendelen. Deze groepjes sporenhoopjes kunnen aan beide zijden van het blad zitten en later in het seizoen bruin verkleuren. |

| ## Levenswijze |
| --- |
| De veroorzaker van witte roest is geen familie van andere roestschimmels, maar een oömyceet (pseudoschimmel). De symptomen waarbij groepjes sporendragers de opperhuid doorbreken lijken wel erg op een roest, vandaar de ziektenaam ‘witte roest’. De witte poederachtige sporen uit deze sporendragers verspreiden zich met wind, regen of insecten. Deze sporen maken eerst zoösporen die vervolgens het gewas infecteren. De schimmel kan ongunstige omstandigheden overleven als oöspore in de grond. Als de omstandigheden weer gunstig zijn, vormt de oöspore vervolgens zoösporen die het gewas infecteren. De optimale temperatuur voor het kiemen van sporen is 10<sup>o</sup>C, maar is mogelijk tussen 0-25<sup>o</sup>C. Na kieming ontwikkelt de ziekte zich optimaal bij 15-20<sup>o</sup>C. |

| ## Maatregelen |
| --- |
| - Ruime vruchtwisseling.
- Vermijden van een te dichte gewasstand.
- Geen overmatige stikstofgift.
- Gewasresten na de oogst verwijderen of onderploegen.
- Minder vatbare rassen telen.
- Gezond uitgangsmateriaal gebruiken.
- Structuur van de grond verbeteren.
- Vochtvoorziening optimaliseren.
- Voor een beheerste en regelmatige groei zorgen.
- Gewasbehandeling volgens geldende regels.
- Natuurlijke waslaag intact houden door zo weinig mogelijk uitvloeiers te gebruiken. |

| ## Meer informatie |
| --- |
| - |